Stikstof grotere kopzorg voor boeren dan corona

Door ING Economisch Bureau

Veehouders snakken naar flexibeler overheidsbeleid om te kunnen verduurzamen

Hoewel de agrarische sector dit jaar met een geschatte productiekrimp van 3% de gevolgen van de coronacrisis aan den lijve ondervindt, zijn boeren bezorgder over de onzekerheid rondom het stikstofbeleid. Zo willen vooral veehouders overstappen naar een nieuw verdienmodel, want in Nederland zijn de grenzen van de groei bereikt. Terug naar het oude normaal lijkt voor hen geen optie, maar verduurzamen vergt creativiteit en flexibiliteit, zowel van boeren als van beleidsmakers, is de conclusie van het ING Economisch Bureau in haar vooruitzicht voor de agrarische sector. Enig productieherstel in 2021 is voor de gehele sector haalbaar, maar voor vrijwel alle deelsectoren is het perspectief op sterke rendementsverbetering op dit moment ongunstig.


Agrarische productie

Glastuinbouw laat gemengd beeld zien

Voor de groenten- en fruitsector zijn de gevolgen beperkt gebleven. Mensen zijn vaker gaan koken en bewuster gaan eten tijdens de lockdown. Onder meer maaltijdboxen en verspakketten zijn populair geworden. Het deel van de voedingstuinbouw dat afhankelijk is van levering aan de foodservice en de horeca kreeg het wel zwaar te verduren. De export van bloemen stortte in maart en april in, maar herstelde snel in mei en juni. Het verlies aan exportwaarde bleef beperkt tot € 500 miljoen, veel minder dan eerder gevreesd. De verkoop van tuinplanten bloeide zelfs enorm op tijdens de zonnige lockdown lente. Het perspectief voor het post-corona tijdperk is voor de glastuinbouw minder gunstig, zeker voor de sierteelt. Oplopende werkloosheid, lagere consumentenbestedingen en het sombere perspectief voor evenementen gaan in 2021 druk op de afzetvolumes zetten.

Melkveehouders zwaarder geraakt dan varkenshouders

De coronacrisis pakt voor een deel van de veehouders slecht uit. Vooral melkveehouders kennen magere tijden, met benedengemiddelde prijzen vanwege een lage vraag naar zuivelproducten vanuit de foodservice en door gedaalde exporten. Vleespluimveehouders kenden in het voorjaar de laagste prijzen in tien jaar tijd door de weggevallen vraag vanuit de horeca. Eierprijzen waren tijdelijk hoog, zeker toen er in de supermarkten gehamsterd werd, maar zijn inmiddels lager dan een jaar geleden. Varkenshouders kregen te maken met tijdelijke sluitingen van slachterijen en van de belangrijke Chinese afzetmarkt. Dit leidde tijdelijk tot onrust in de keten en lage prijzen. 2020 zal echter dankzij de hoge vraag uit China vanwege varkenspest aldaar waarschijnlijk weer een bovengemiddeld jaar worden.

Matig perspectief voor akkerbouwers

Fritesaardappelen bleken na de lockdown van de horeca onverkoopbaar. Nederlandse uien bleven echter veelgevraagd: de export bereikte een recordniveau van 1,2 miljoen ton. Aanhoudende of nieuwe lockdowns in diverse uitvoerlanden in combinatie met dalende consumentenbestedingen temperen echter waarschijnlijk de exportvraag naar uien in het net gestarte seizoen 2020/21. Voor aardappelen geldt dat de hoge voorraden en de lagere vraag vanuit de horeca ook in het nieuwe seizoen leiden tot benedengemiddelde prijzen.

Groener uit het dal komen

De onduidelijke uitkomsten van het stikstofbeleid baren momenteel een groot deel van de agrarische ondernemers zorgen, meer dan die van de coronacrisis. De gevolgen van de coronacrisis kunnen echter ook na 2021 nog voelbaar zijn. “Terug naar het oude normaal lijkt vooral voor de veehouderij geen optie. Kringlooplandbouw en energie- en voedseltransitie staan bovenaan de beleidsagenda’s van overheden. Anderzijds zijn eerlijker prijzen voor de boeren nodig. Voor een bestendig èn groen verdienmodel wordt veel flexibiliteit en creativiteit gevraagd van agrarische ondernemers èn beleidsmakers”, aldus Henk van den Brink, sectoreconoom Agri & Trade bij het ING Economisch Bureau.