Box 3 is een specifieke belastingcategorie binnen het Nederlandse inkomstenbelastingstelsel die betrekking heeft op vermogen en beleggingen die niet onder Box 1 of Box 2 vallen, en die door de wetgever wordt aangeduid als inkomen uit sparen en beleggen. Het gaat hierbij om een brede categorie van vermogensbestanddelen waaronder spaargeld, beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingen, verhuurde woningen en ander vastgoed dat niet als hoofdverblijf dient, vorderingen op derden, en diverse andere financiële activa die particulieren aanhouden buiten de sfeer van hun onderneming of aanmerkelijk belang. Het meest onderscheidende kenmerk van Box 3 ten opzichte van andere belastingstelsels wereldwijd is het forfaitaire karakter ervan, waarbij de belasting niet wordt berekend over werkelijk behaalde rendementen maar over een door de overheid vastgesteld fictief rendement dat gebaseerd is op veronderstelde gemiddelde marktrendementen voor verschillende categorieën vermogensbestanddelen.De introductie van het forfaitaire Box 3-stelsel in 2001 werd destijds verwelkomd als een elegante en pragmatische oplossing voor de complexe uitdagingen van vermogensbelasting, omdat het zowel administratief eenvoudig was voor belastingplichtigen als effectief in het bestrijden van de belastingontwijkingsconstructies die onder het oude stelsel wijdverbreid waren. In de eerste jaren functioneerde het stelsel redelijk naar verwachting, maar de combinatie van historisch lage rentes na de financiële crisis van 2008 en een fictief rendement dat niet snel genoeg daalde om de marktrealiteit te weerspiegelen zorgde ervoor dat het systeem steeds grotere onrechtvaardigheid veroorzaakte. Belastingplichtigen met overwegend spaargeld werden het zwaarst getroffen omdat zij belasting betaalden over fictieve rendementen die vele malen hoger lagen dan de werkelijke spaarrente die hun bank uitkeerde, wat leidde tot een effectieve confiscatie van een deel van hun spaargeld door de belastingdienst.De juridische strijd die hieruit voortkwam bereikte zijn climax met het kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021, een mijlpaal in de Nederlandse belastinggeschiedenis waarbij het hoogste rechtscollege oordeelde dat het Box 3-stelsel fundamenteel in strijd was met Europese mensenrechtennormen. Dit arrest heeft een domino-effect veroorzaakt dat de Nederlandse belastingwetgeving voor jaren zal beïnvloeden, met enerzijds een omvangrijke hersteloperatie voor gedupeerde belastingplichtigen en anderzijds een ingrijpende stelselherziening waarbij Nederland overschakelt naar een stelsel gebaseerd op werkelijk rendement. Voor financiële analisten en vermogensbeheerders is Box 3 daarmee uitgegroeid tot een cruciaal aandachtspunt bij het adviseren van vermogende particulieren over de meest fiscaal efficiënte structurering van hun privévermogen.